Germanic Languages Comparative Vocabulary: Days, Months, Seasons

   


back to list of categories


 

English German Dutch Afrikaans Swedish
Monday Montag maandag Maandag måndag
Tuesday Dienstag dinsdag Dinsdag tisdag
Wednesday Mittwoch woensdag Woensdag onsdag
Thursday Donnerstag donderdag Donderdag torsdag
Friday Freitag vrijdag Vrydag fredag
Saturday Samstag / Sonnabend* zaterdag Saterdag lördag
Sunday Sonntag zondag Sondag söndag
         
January Januar januari Januarie januari
February Februar februari Februarie februari
March März maart Maart mars
April April april April april
May Mai mei Mei maj
June Juni juni Junie juni
July Juli juli Julie juli
August August augustus Augustus augusti
September September september September september
October Oktober october Oktober oktober
November November november November november
December Dezember december Desember december
         
spring der Frühling voorjaar lente vår
summer der Sommer zomer somer sommar
autumn der Herbst herfst herfs höst
winter der Winter winter winter vinter
         
afternoon der Nachmittag namiddag namiddag eftermiddag
century das Jahrhundert eeuw eeu århundrade (n)
dawn der Tagesanbruch dageraad dagbreek daggryning
day der Tag dag dag dag
dusk die Dämmerung schemering skemer skymming
evening der Abend avond aand afton
fortnight vierzehn Tage veertien dagen veertien dae fjorton dagar
holiday der Feiertag vakantiedag vakansie helgdag
hour die Stunde uur (n) uur timme
half hour eine halbe Stunde een half uur half uur en halvtimme
quarter hour eine Viertelstunde een kwartier kwartier en kvart
hour and half anderthalb Studen anderhalfuur uur en 'n half en och en halv timme
leap year das Schaltjahr schrikkeljaar (n) skrikkeljaar skottår (n)
midnight dier Mitternacht middernacht middernag midnatt
minute die Minute minuut minuut minut
month der Monat maand maand månad
morning der Morgen morgen môre morgon
night die Nacht nacht nag natt
noon der Mittag middag middag middag
season die Jahreszeit jaargetijde (n) seisoen årstid
second die Sekunde seconde sekonde sekund
sunrise der Sonnenaufgang zonsopgang sonop soluppgång
sunset der Sonnenuntergang zonsondergang sononder solnedgång
time die Zeit tijd tyd tid
today heute vandaag vandag idag
tomorrow morgen morgen môre imorgon
week die Woche week week vecka
year das Jahr jaar (n) jaar år (n)
yesterday gestern gisteren gister igår

 

* Sonnabend is only used in the northern and eastern parts of Germany.



Return to top of page ↑


© 1997 - 2014 Jennifer Wagner

ielanguages [at] gmail [dot] com

DisclaimerSite Map